Fasolada

Oftewel de wel bekende Griekse witte bonen soep, maar dan wel de snelle variant.

Voor de mensen die weleens fasolada hebben gegeten, hebben dit waarschijnlijk gegeten met geweekte grote witten bonen – gigantes genaamd. Eerlijk is eerlijk, dit is ook de lekkerste variant. Voor dit recept gebruik ik kant en klare bonen uit pot of blik. Waarom zul je wellicht denken? Dat heeft een aantal redenen. Ten eerste, omdat ik deze soep ook weleens wil eten wanneer ik er trek in heb en dus niet eerst een halve tot hele dag wil uittrekken voor het weken en dan nog zoveel tijd voor het koken van de bonen. Deze soep kan dus perfect doordeweeks worden gemaakt. Ten tweede, ik wil laten zien dat het bereiden van Griekse gerechten niet altijd veel tijd hoef te kosten en ook nog eens makkelijk kan zijn. Ten derde, ik hoop mensen te bereiken die koken eigenlijk niet leuk vinden of er niet veel tijd aan kwijt willen zijn. Ten vierde, deze snelle variant is zeer smaakvol en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Deze soep past perfect in een vegetarisch dieet of zelfs wanneer je vegan bent.

Voor dit recept gebruik ik limabonen en deze zijn goed verkrijgbaar bij de grote supermarkten. Kun je deze niet vinden? Gebruik dan de kleine witte bonen.

Ingrediënten, voor 4 personen:

  • 2,5 liter water
  • 2 grote uien, gesnipperd
  • Scheut olijfolie
  • Bos selderij
  • 4 wortels, schoongemaakt en in plakjes van ½ tot 1 cm gesneden
  • 2 blikken limabonen, á 400 gram per blik, uitgelekt en afgespoeld
  • 1 blik tomatenblokjes, á 400 gram
  • Zout en peper
  • Citroen

Bereidingswijze:

Vul een grote (soep)pan met 2,5 liter water en voeg hier direct de uien, de olijfolie, de wortels en zout en peper aan toe. Hier mag ook meteen een half bosje, in zijn geheel, selderij aan worden toegevoegd. Breng het water aan de kook. Zodra het water kookt, voeg je de bonen en de tomatenblokjes toe. Laat de soep minimaal 20 minuten verder koken totdat de wortels gaar zijn. Breng de soep op smaak met zout en peper. Zodra de wortels gaar zijn, mag de selderij uit de pan. Het overgebleven halve bosje selderij mag fijn worden gesneden en deze voeg je toe aan de soep.

Schep de soep op en voeg een scheutje citroen, naar smaak, toe.

Eet smakelijk!

MelitzanosalatA

Oftewel een Griekse aubergine dip / smeersel / salade.

Deze dip zie je vast geregeld op de menukaarten in de Griekse restaurants en zeker op de menu’s van de tavernas in Griekenland. Alhoewel de tzatziki de bekendste dip is, kan de melitzanosalata zeker niet achter blijven. Dit recept zal laten zien hoe makkelijk het is deze aubergine dip te maken en zul je deze wellicht vaker op je menu zetten.

De melitzanosalata bestaat er in vele soorten. Je hebt bijvoorbeeld versies op basis van yoghurt, op basis van noten, op basis van feta en zowel grove als fijne versies. Ik vind alle versies lekker, al geef ik wel de voorkeur aan de fijne versie die vooral niet te zwaar is.

Dit recept noem ik dan ook de ‘lichte’ versie van de melitzanosalata. Het is licht in de knoflook, licht in de olijfolie en licht in de feta. Zo valt deze versie niet zwaar op de maag, kun je deze zelfs als broodbeleg eten zonder dat men je van een afstand ruikt en kun je deze variant ook prima eten als je op de kilo’s let. Deze versie is zijdezacht en makkelijk smeerbaar.

De melitzanosalata vind ik het lekkerst met nog warm vers brood. Een ander leuk idee is een wrap ermee in te smeren in plaats van bijvoorbeeld roomkaas. Zo heb je meteen groenten binnen.

Ingrediënten:

  • 4 flinke aubergines, in zijn geheel, inclusief het groen, gewassen en gedroogd
  • 2 eetlepels olijfolie, extra vierge
  • 1 teentje knoflook, zonder vel, doormidden gesneden
  • 100 gram feta, verkruimeld
  • Zout en peper
  • Extra nodig; een keukenmachine met hakmes

Bereidingswijze:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Bekleed een bakplaat met bakpapier. Leg hierop de aubergines en prik deze rondom in met een vork. Bak de aubergines, in het midden van de oven, indien je een grill stand hebt voor 45 minuten en anders voor 60 minuten.

Haal de aubergines na de baktijd uit de oven en laat deze minimaal 15 minuten afkoelen. Snijdt vervolgens de aubergines over de lengte doormidden. Het vruchtvlees kun je nu heel makkelijk met je hand of lepel uit de aubergine halen.

Doe het vruchtvlees samen met het knoflookteentje, de olijfolie en de feta in de keukenmachine en maal zolang totdat alles fijn is gemalen. Voeg nu naar smaak wat zout en peper toe.

Eventueel kun je nog wat olie, knoflook of feta toevoegen.

Eet smakelijk!

Granola met amandelen, sinaasappel en abrikozen

Het is tijd voor mijn tweede ‘Swiepswoepswap’ van Mandy van Mandyandmore. De eerste keer ging ik aan de slag met een vegetarisch recept en nu mocht ik aan de slag gaan met een granola recept. Ik ben echt dol op granola en gek genoeg had ik dat nog nooit eerder gemaakt. Zo zie je maar waar het concept van ‘swiepswoepswap’ goed voor is.

Deze keer ben ik gekoppeld aan Christel van crunchygranola.nl . De lay-out van haar pagina vind ik erg prettig door de rustgevende witte achtergrond en de duidelijke structuur. Op haar website staan niet alleen recepten vermeld, maar bijvoorbeeld ook tips & tricks en informatie per ingrediënt.

Op haar recept originele ‘cashew-sinaasappelgranola met cranberries’ – klik hier – heb ik een variatie gemaakt. De havervlokken heb ik vervangen door speltvlokken, de cashewnoten heb ik vervangen door walnoten, de cashewpasta heb ik vervangen door amandelpasta (te koop bij onder andere EkoPlaza) en de gedroogde cranberries heb ik vervangen door gewelde abrikozen.  

 Al tijdens het maken van deze granola snapte ik niet waarom ik zoiets niet eerder had gemaakt. Je zult hieronder lezen hoe makkelijk het is. Behalve makkelijk vind ik het ook erg veel voldoening geven en als klap op de vuurpijl zitten er geen toegevoegde suikers in. Iedere ochtend start ik met een kommetje yoghurt en huisgemaakte granola. Wie wil dat nou niet?

Ingrediënten:

  • 150 gram speltvlokken
  • 30 gram amandelmeel
  • 40 gram ongezouten walnoten, in grove stukken
  • 40 gram bruine ongezouten amandelen, in grove stukken
  • 65 gram amandelpasta
  • 1 sinaasappel, de rasp en 60 ml sap
  • ½ theelepel vanille extract
  • Snuf zeezout
  • 50 gram gedroogde abrikozen, in stukjes
  • Extra nodig; een grote kom, bakplaat met bakpapier, rasp, luchtdichte (weck)pot

Bereidingswijze:

Verwarm de oven voor op 120°C.

Meng in een grote schaal de havervlokken, de amandelmeel, de walnoten, de amandelen en het zout. Voeg vervolgens de vanille extract, de sinaasappelsap, de sinaasappelrasp en de amandelpasta toe. Meng alles goed door elkaar.

Verdeel het mengsel over de met bakpapier bekleedde bakplaat. Maak hier een platte laag van en leg alles goed tegen elkaar aan.

Bak het mengsel 30 minuten op 120°C en verlaag daarna de temperatuur naar 90°C. Bak de granola nu nog 50 minuten.

Schakel de oven uit en laat de granola in de oven, met de deur op een kier, volledig afkoelen.

Breek de granola met je handen los en verdeel hier de abrikozen over. Bewaar de granola in een luchtdichte pot en genieten maar.

Eet smakelijk!

Kotosoupa avgolemono

Oftewel kippensoep met ei en citroen

Deze soep behoort tot mijn favorieten. Ten eerste ben ik dol op alle avgolemono gerechten. De combinatie van citroen en ei vind ik werkelijk briljant. Ten tweede, deze soep eet ik al sinds ik een kleine Christina ben. Mijn vader maakt deze tegenwoordig met kipfilet en mijn moeder maakte deze met een hele soepkip. Ik gebruik liever kippenbouten die ik in zijn geheel laat meekoken in de bouillon. Ten derde, een kom van deze soep is voor mij puur comfort food. Of het nu winter of zomer is. Ik gebruik best veel rijst in mijn soep, zodat de soep lekker dik is. Zo kan ik er kommen van opeten. Voel je natuurlijk vrij om er minder van te gebruiken. Ten vierde –  dat is mijn laatste punt –  ik ben dol op citroen en in mijn avgolemono gebruik ik altijd 2 eieren op 2 citroenen.

Avgolemono is een mooi proces van ‘familie-maken’. Hoe zorg je er namelijk voor dat het ei niet stolt in de warme soep? De oplossing is door lepel voor lepel (ongeveer 4 soeplepels) de bouillon zachtjes bij het ei-citroen mengsel te gieten. Tijdens het gieten van de soep blijf je met je andere hand het mengsel klutsen. Zodra je dit hebt gedaan giet je de avgolemono terug in de pan, roer je deze door de soep en dat is de soep klaar.

Ingrediënten:

  • 4 liter water
  • Flinke scheut olijfolie
  • 1 wortel, geschild en in drie stukken
  • 1 stengel bleekselderij, in drie stukken
  • 1 ui, in 4 stukken
  • Kippenbouten, ongeveer 1 kilo, in zijn geheel inclusief vel
  • 1 laurierblad
  • Zout, peper,
  • 150 – 250 gram rijst
  • 2 eieren
  • 2 citroenen, het sap, plus eventueel extra voor de soep

Bereidingswijze:

Vul een grote soeppan met water en doe hier de kip, de wortel, de bleekselderij, de ui, de olijfolie, het laurierblad en zout en peper bij. Breng aan de kook en laat alles ongeveer 45 minuten koken. Haal vervolgens de kip en de groenten uit de pan. De groenten mogen weg. De kip laat je wat afkoelen en zet het voor laag. Het vel mag van de kip af en gooi je weg. Het vlees haal je van de botten af en dat mag terug in de pan. Doe de rijst in de pan. Indien je ervoor kiest veel rijst te gebruiken, voeg dan nog een halve liter water toe. Zet het vuur hoger, zodat de rijst kan gaar koken. Zodra de rijst gaar is, zet je het vuur uit.

In een kom kluts je de eieren en daar voeg je het citroensap aan toe en kluts door elkaar. Voeg beetje bij beetje, met bijvoorbeeld een soeplepel, de bouillon toe. Blijf roeren terwijl je de bouillon bij de eieren giet. Nadat je dit ongeveer 4 keer hebt gedaan, kun je de avgolemono in de pan goed. Doorroeren en klaar is de soep. Schenk de soep in de borden en naar smaak kun je nog wat citroen toevoegen.

Eet smakelijk!

Causa limeña met kip

Oftewel een causa limeña de pollo.

Eerder dit jaar volgde ik mijn allereerste Peruaanse workshop via Proef Peru. De workshop werd vanwege de Covid crisis online gegeven, maar dat mocht de pret niet drukken. Thuis kreeg ik een mooie doos met ingrediënten afgeleverd en zo kon ik aan de slag. Alle ingrediënten, op één na eigenlijk, kende ik al en dat vind ik zo leuk aan dit recept. Een gerecht maken met aardappels, avocado, tomaat, rode ui, mayonaise en limoen op een manier die ik nog niet kende. Maar wat is nu dat ingrediënt dat ik nog niet kende? Dat is een pasta gemaakt van 100% Peruaanse gele pepers, aji amarillo genaamd. Deze pasta kun je niet in de supermarkt kopen en Mariëla van Proef Peru wilde hier iets aan doen. Haar droom – al vanaf het eerste moment dat ik haar leerde kennen – is de Peruaanse keuken in Nederland wat bekender maken. Dit kun je natuurlijk doen door recepten te delen, maar het gebruik van authentiek Peruaanse producten is daarbij essentieel. De passie van Mariëla gaat zover dat zij besloot haar eigen aji amarillo te produceren en te verkopen. De aji amarillo is nu te koop via ‘De maaltijd winkel’ via deze link.

Het kenmerkende aan een causa vind ik de hele mooie en kleurrijke opmaak en kan daarom perfect als voorgerecht geserveerd worden bij een chique meergangen diner. Als lunch of hoofdgerecht met bijvoorbeeld een frisse salade is ook goed.

De causa versie die ik leerde maken was de variant met tonijn. Mariëla vertelde dat dit ook kan met kip bijvoorbeeld en zo ging ik aan de slag.

Ingrediënten, voor 4 tot 6 personen:

  • 300 gram kipfilet
  • 1 wortel, geschild
  • 1 stengel bleekselderij
  • 6-8 kruimige aardappels, geschild en in stukken gesneden
  • 2-3 aji amarillo pasta
  • 4 eetlepels extra vierge olijfolie
  • 6 eetlepels limoensap, het sap van ongeveer 3 verse limoenen
  • 1 kleine rode ui, gesnipperd
  • 2-3 eetlepels mayonaise
  • 2 avocado’s, in plakjes
  • 2 tomaten, zonder zaadlijsten in kleine stukjes gesneden
  • Zout en peper
  • Eventueel extra nodig; een kookring voor een mooie en strakke presentatie. Een schaaltje/ kommetje is ook goed.

Bereidingswijze:

Kook de kipfilet in een pan gezouten water samen met de wortel en de bleekselderij. Zodra het water kookt de kipfilet minimaal 10 minuten koken. Laat de kip vervolgens volledig afkoelen. Zodra de kip is afgekoeld, trek je het vlees uit elkaar in dunne sliertjes.

Kook de aardappels in een ruime pan met gezouten water gaat. Giet de aardappels af en stamp deze heel fijn, zodat er een mooie en gladde puree ontstaat. Voeg de olijfolie, het limoensap en de aji amarillo pasta toe. Zo ontstaat er een nog gladdere puree.

Doe de kipfilet in een schaal en voeg hieraan de ui, de tomaat en de mayonaise toe. Meng goed door elkaar en breng verder op smaak met zout en peper.

Voor de opmaak van de causa leg je de kookring op een bord en begin je met een laagje aardappelpuree. Hierop leg je een paar plakjes avocado, gevolgd door een laagje kipfilet. Vervolgens eindig je met een laagje aardappelpuree. Haal voorzichtig de ring weg door deze recht omhoog te trekken. Tot slot kun je de cause versieren met wat plakjes tomaat, avocado of wat kip.

Tip: Indien je de aji amarillo pasta voor het eerst gebruikt, voeg deze dan geleidelijk toe en blijf proeven om te voorkomen dat je er te veel van gebruikt.

Snijdt de avocado pas op het moment dat je deze gaat gebruiken bij het beleggen van de puree. Zo voorkom je dat de avocado snel bruin wordt.

Pastitsio

Dit recept is verreweg mijn favoriete Griekse pastagerecht. Dat is ook niet zo gek aangezien dit gerecht tot één van de bekendste Griekse recepten hoort. Met veel lef durf ik te zeggen dat mijn variant op de pastitsio de lekkerste is. Waarom dan zal je misschien denken? Dit heeft met name te maken met de bechamelsaus die over de pasta wordt gedaan. Vaak vind ik de bechamelsaus veel te dik en daarmee ook vaak te heftig en soms zelfs smaakloos. Na jaren van verbeteringen te hebben aangebracht, heb ik de perfecte verdeling tussen de pasta, gehaktsaus en de bechamelsaus ontwikkeld. Keer op keer hoor ik van familie en vrienden hoe goed deze versie is. Ga er vooral zelf ook van genieten.

De pasta die je voor dit gerecht gebruikt, zijn de lange holle slierten. Deze kun je bijvoorbeeld kopen bij een Griekse online winkel of bijvoorbeeld bij een delicatessenwinkel. Op de verpakking staat meestal dat deze geschikt is voor pastitsio.

Vergeet vooral de tips onderaan het recept niet te lezen.

Ingrediënten, voor één groot ovenblik:

  • 1 pak pasta geschikt voor pastitio, á 500 gram

Voor de gehaktsaus:

  • 4 eetlepels olijfolie
  • 2 (grote) uien, gesnipperd
  • 2 teentjes knoflook, fijn gesneden
  • +/- 600 gram rundergehakt
  • 1 blik tomatenblokjes, á 400 gram
  • 1 kaneelstokje
  • 1 laurierblaadje
  • 4 kruidnagels
  • 1 theelepel honing
  • Zout en peper

Voor de bechamelsaus:

  • 150 gram boter
  • 150 gram bloem
  • 1,5 liter melk
  • 2 eieren
  • 2 x 50 gram Kefalotiri (of Parmezaanse kaas), voor de saus en als topping
  • Zout, (witte) peper
  • ½ theelepel (vers) gemalen nootmuskaat

Bereidingswijze:

Stap 1: de gehaktsaus

Verhit op middelhoog vuur de olijfolie in een (hapjes)pan en fruit hierin de ui aan. Voeg na ongeveer 5 minuten de knoflook en het gehakt toe. Rul het gehakt totdat deze mooi los en gekleurd is. Voeg vervolgens, na ongeveer 10 minuten, de kaneel, het laurierblad, de kruidnagels, de tomatenblokjes, de honing en zout en peper toe. Zet het vuur laag en laat de saus 20 minuten sudderen. Proef de saus en voeg eventueel nog wat zout en peper toe. Haal het kaneelstokje, het laurierblad en de kruidnagels uit de saus.

Stap 2: de pasta

Kook de pasta volgens de verpakking in een ruime pan met gezouten water. Giet vervolgens de pasta af.

Stap 3: de oven en het ovenblik

Verwarm de oven voor op 180 °C. Vet het ovenblik in met wat olijfolie.

Stap 4: de bechamelsaus

Verwarm de melk in een pan. Laat de melk niet koken. In een andere pan, liefst met dikke bodem, smelt je de boter of laag vuur. Zodra de boter gesmolten is, voeg je de bloem toe en roer direct met een garde de bloem door de boter heen. Roer gedurende 2 minuten. Dit mengsel van boter en bloem heet een roux. Voeg vervolgens in kleine beetjes de melk toe. Na iedere melk toevoeging moet je de roux goed doorroeren. Doe dit proces geleidelijk aan, zodat de klontjes zullen verdwijnen. Zodra alle melk is toegevoegd en de saus begint te bubbelen, zet je het vuur uit. Nu brengen met de bechamel op smaak met zout, peper en nootmuskaat. Zodra de smaak in orde is, voeg je één ei toe. Roer deze met de garde goed door de saus heen. Voeg het volgende ei toe en roer deze ook goed door de saus heen. Voeg nu 50 gram geraspte kaas toe en roer door de saus heen.

Stap 5: de opbouw

Doe de helft van de pasta in de ovenblik en voeg hier één grote lepel bechamelsaus aan toe en verdeel goed over het blik heen. Roer ook één lepel bechamel door de gehaktsaus heen. Schenk de gehele gehaktsaus over de pasta heen en verdeel. Verdeel de overgebleven pasta over de gehaktsaus. Schenk de bechamel over de pasta en verdeel. Bestrooi de overige 50 gram kaas over de bechamel.

Stap 6: het bakken

Bak de pastitsio onderin de oven voor 50 minuten. Draai na 25 minuten het blik om.

Eet smakelijk!

Tips:

Neem de moeite om de kruiden en dan met name de kruidnagels uit de saus te halen. Niemand vindt het fijn om tijdens het eten op een kruidnagel te kauwen.

De bechamelsaus is voor mij pas goed, als ik deze – bij wijze van spreken – met een lepel zou kunnen opeten. Neem de tijd tijdens het proeven en het op smaak brengen.