Tuna Melt

Afgelopen week besloot ik sinds hele lange tijd – misschien wel 16 jaar – een broodje tuna melt te bestellen. De tuna melt doet mij erg aan mijn studententijd denken toen ik geregeld met mijn vriendin Emili bij Bagels & Beans in Leiden ging lunchen. Wat een fijne middagen waren dat en misschien is het wel om deze reden dat ik nooit meer zo’n broodje bestelde. Emili woont inmiddels in Israel en wellicht wilde ik deze herinneringen koesteren.

Tot vorige week! Via mijn werk eet ik regelmatig bij Loos. Zo ook vorige week toen ik onverwachts met twee oud-collega’s ging lunchen. We bestelden alle drie de tuna melt. Heerlijk! Ik bestelde een speltbroodje en deze werd zeer rijkelijk belegd met heerlijke tonijn en lekker kaas. Het broodje werd geserveerd met wat sla, waaronder wat witlof en meiknol als ik het mij goed kan herinneren.

Dit weekend besloot ik het receptje op mijn manier na te maken. aangezien ik een groot gezin heb, is dit recept dan ook voor 5 personen.

Voor deze broodjes gebruik ik cheddar kaas die ik kocht bij de kaasboer. Ik geef de voorkeur aan de kaas zelf te raspen. Je kunt natuurlijk ook andere soorten kaas gebruiken.

Ingrediënten, voor 5 broodjes:

  • 5 harde (verse/ voorgebakken) broodjes, bijvoorbeeld spelt of Italiaanse bollen
  • 4 blikken tonijn op water, uitgelekt
  • 1 rode ui, fijn gesnipperd
  • 1 eetlepel olijfolie extra vierge
  • 3 eetlepels mayonaise
  • 3 eetlepels citroensap
  • Zout en peper
  • 10 plakjes tomaat
  • 250 gram cheddar, geraspt
  • Eventueel wat sla

Bereidingswijze:

Verwarm de oven voor op 200°

Indien je afbakbroodjes gebruikt, kun je deze al direct afbakken volgens de gebruiksaanwijzing op de verpakking. Haal deze vervolgens uit de oven en laat iets afkoelen.

In een ruime schaal meng je de tonijn, de ui, de olijfolie, de mayonaise en het citroensap goed door elkaar. Breng op smaak met zout en peper.

Snijdt de bollen open. Laat de bollen nog wel aan elkaar zitten. Verdeel de tonijn over alle helften. Leg vervolgens op iedere helft een plak tomaat en verdeel tot slot de kaas over de helften.

Bak de broodjes 5 minuten in de oven totdat de kaas gesmolten is.

Eet smakelijk!

Zuurkoolquiche

Ook nu – en dit is al de zesde keer dat ik meedoe aan ‘Swiepswoepswap’ van Mandyandmore – ben ik weer erg blij met het geswiepswoepswapte recept.

Dit keer werd ik gekoppeld aan Kookjijook en jemig wat een website! Zo veel recepten! Ik heb er echt even over gedaan om een recept uit te kiezen welke ik naar mijn smaak zou willen aanpassen. Uiteindelijk koos ik de zuurkoolquiche. Het originele recept vind je hier. Dit recept is al in 2012 gepost. Nu tien jaar later ben ik blij mijn versie te mogen presenteren.

Mijn bonusdochters zijn vegetarisch en zo besloot ik de spekjes en de rookworst uit het originele recept te vervangen door de plantaardige spekjes van Vivera. Ook gebruikte ik een sjalotje, champignons en kerriepoeder.

Een quiche is erg fijn omdat het nagenoeg niet mis kan gaan en je er van alles in kunt doen. Een quiche is ook perfect om de restjes uit de (koel)kast op te maken.

Hoeveel deeg je nodig hebt, is afhankelijk van de grootte van de vorm en hoe je de plakjes in de vorm doet. Ik had er vijf nodig. Mijn vorm heeft een diameter van 27 cm. Het originele recept noemt er 8. Pin je hier dus aub niet aan vast.

Ingrediënten:

  • 3 plus 1 eetlepels olijfolie
  • 2 eetlepels paneermeel
  • 5 tot 8 plakjes bladerdeeg, ontdooid
  • 2 theelepels mosterd
  • 1 sjalot, fijn gesnipperd
  • 1 eetlepel kerriepoeder
  • 250 gram champignons, in plakjes gesneden
  • +/- 175 gram plantaardige/ vegetarische spekjes
  • 500 gram zuurkool, goed uitgelekt
  • 3 eieren
  • 125 ml slagroom
  • 150 gram geraspte kaas
  • Zout, peper

Bereidingswijze:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Verhit op middelhoog vuur de drie eetlepels olijfolie in een (hapjes)pan en fruit hierin het sjalotje met de kerriepoeder aan. Na vijf minuten voeg je de champignons toe en bak je deze vijf minuten mee. Na nog eens vijf minuten voeg je de spekjes toe en bak je kort mee. Voeg naar smaak zout en peper toe.

Vet een quichevorm vorm in met de overgebleven eetlepel olijfolie en strooi hier de paneermeel overheen. Leg de plakjes bladerdeeg in de vorm op zo een manier dat de hele bodem en de randen goed bedekt zijn. Zorg dat de plakjes goed aansluiten en leg deze niet teveel over elkaar heen.

Bestrijk de bodem en de randen met een dunne laag mosterd.

In een ruime kom meng je de zuurkool met het champignon mengsel en verdeel dit over het deeg in de quichevorm. In een andere kom klop je het ei en de room goed door. Voeg hieraan de kaas en zout en peper toe. Verdeel dit mengsel over de zuurkool.

Bak de quiche in 30 minuten gaar.

Serveer de quiche in punten met een heerlijke frisse salade.

Eet smakelijk!  

Lasagne melanzane alla parmigianna

Vanuit mijn werk heb ik het geluk dat ik regelmatig in restaurants in zowel het binnen- als buitenland kom. Alhoewel Antwerpen vanuit Rotterdam in minder dan 50 minuten aan te rijden is, voelt het voor mij daadwerkelijk als het buitenland. In België is er een mooi eetcultuur en vooral de manier waarop men luncht spreekt mij enorm aan.

Tijdens een zakelijk etentje zal ik gerechten niet fotograferen. Ik probeer wel zo goed als mogelijk de gerechten te onthouden die ik heb gegeten. Dat geldt voor zowel het uiterlijk als voor de smaak.

“Aan het strand van Oostende” in Antwerpen had ik erg veel moeite een keuze te maken uit de uitgebreide kaart. Om de tafelgasten niet op te houden, koos ik snel (en veilig) voor de “Parmigiani van de chef”. Hier was ik maar wat blij mee! De lasagne werd geserveerd met rucola en tomaat.

Thuis aangekomen schreef ik meteen mijn herinneringen op en zo is mijn versie van dit recept geboren.

De lasagnevellen die ik voor dit recept gebruikte, waren half volkoren. Dit hoeft natuurlijk niet. De ‘normale’ vellen zijn natuurlijk ook prima.

Ik hoop dat jij ook enthousiast zult worden en onderaan het recept staan enkele tips.

Ingrediënten, voor 4 personen:

  • 4 eetlepels olijfolie
  • 1 ui, zeer fijn gesneden
  • 1 knoflookteen, zeer fijn gesneden
  • 700 gram passata
  • Ongeveer 10 basilicum blaadjes, fijn gescheurd
  • 1 theelepel gedroogde oregano
  • Zout en versgemalen peper
  • Eventueel ½ theelepel honing
  • Ongeveer 15 harde lasagnevellen
  • 2 aubergines, in plakken van ½ cm gesneden
  • 150 gram geraspte Parmezaanse kaas, plus eventueel extra
  • Extra nodig; bakplaat met bakpapier, ovenschaal (ongeveer 18 x 30 cm), aluminiumfolie

Bereidingswijze:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Verhit, op een laag vuur, de olijfolie in een koekenpan. Fruit hierin de ui en de knoflook voor ongeveer 5 minuten aan. Voeg vervolgens de passata, de basilicum, de oregano, het zout en peper toe. Meng door elkaar en laat de saus ongeveer 10 minuten, nog steeds op laag vuur, pruttelen. Proef de saus en als deze te zuur is, kun je de honing toevoegen. Zet het vuur uit.

Leg de plakjes aubergine op een bakplaat en bak deze 15 minuten. Herhaal dit totdat alle aubergine plakjes gebakken zijn.

Voor de opbouw van de lasagne smeer je ¼ van de saus uit op de bodem van de ovenschaal. Leg hier een laag aubergines boven op. Verdeel hier ¼ van de kaas over. Maak nu een laag van de lasagnevellen. Verdeel hier nog eens ¼ van de saus over gevolgd door een laag met aubergines en ¼ van de kaas. Maak een laag van de lasagnebladen en verdeel nog eens ¼ van de saus gevolgd door de aubergines. Strooi hier ¼ van de kaas over en bedek met een laag lasagnevellen. Verdeel het laatste ¼ deel van de saus en de overgebleven kaas hierover.

Bedek de schaal met aluminium folie en bak de lasagne in 35 minuten gaar.

Haal de schaal uit de oven en laat de lasagne zo’n 10 minuten rusten en iets afkoelen. Zo kun je beter stukken snijden en opscheppen.

Strooi eventueel nog wat extra kaas op de lasagne en geniet.

Eet smakelijk!

Tip:

Om er zeker van te zijn dat de lasagnevellen gaar zullen zijn, leg je de vellen –  terwijl je de lasagne opbouwt – één minuut in een schaal met kokend water. Zo garen de vellen voor. Bovendien kun je deze dan makkelijk bijsnijden om zo een mooie pasta laag te creëren in de ovenschaal.  

Het maakt voor de opbouw van de lasagne niet uit in welke vorm je de aubergine snijdt. Als deze maar niet te dik zijn.

Tiropita strifti

Alhoewel ik het maken van zelfgemaakt deeg een leuke tijdbesteding vind, zijn er genoeg momenten dat ik er geen zin of tijd voor heb. Ik grijp dan zonder enige vorm van gêne naar het kant en klare deeg. Filodeeg en zeker bladerdeeg heb ik altijd in huis, zowel in de diepvries als in de koeling.

De twister (strifti) tiropita wordt vaak in het groot gemaakt. Met dit recept maak je twee kleine tiropita’s en voor mij zijn deze een perfect start van de dag. Met een tiropita ontbijten is voor mij ultiem Grieks. Je kunt ze ook serveren als snack op bijvoorbeeld een feestje. Snijdt er dan partjes uit.

De tiropita hoeft niet perse warm gegeten te worden. Op kamertemperatuur is deze ook heerlijk.

Op de foto’s onderaan het recept kun je zien hoe je deze maakt.

Ingrediënten:

  • 2 rollen vers bladerdeeg van ongeveer 275 gram
  • 300 gram feta
  • 3 eetlepels water
  • (versgemalen) peper
  • 1 ei
  • Eventueel sesamzaad

Bereidingswijze:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Verkruimel de feta in een kom en doe hier het water en wat peper bij.

Rol de bladerdeeg open op een bakpapier en leg de brede/ lange kant naar je toe.

Over de gehele breedte verdeel je de helft van de feta.

Kluts het ei in een schaaltje.

Rol de bladerdeeg zo strak mogelijk op. bestrijk het uiteinde met wat ei, zodat het deeg mooi dichtplakt.

De twister maak je door nu de rol zijwaarts op te rollen alsof je een slakkenhuisje maakt.

Bestrijk de bovenkant en de zijkanten met ei en bestrooi deze eventueel met wat sesamzaad.

Bak de tiropita’s in ongeveer 20 á 25 minuten gaar.

Eet smakelijk!  

“Winterse” latte

Het is bekend dat ik dol ben op gingerbread. Niet alleen de koekjes, maar zeker ook de koffie met een gingerbread smaak. Zulke koffie is natuurlijk te koop bij de bekende koffiehuizen en die zijn super lekker. Het nadeel van deze koffies is – behalve de prijs – dat deze erg zoet zijn. De smaak zit namelijk vaak in een siroop verwerkt en een siroop zit natuurlijk boordevol suiker. Met nog wat slagroom en sprinkles heb je een echte suikerbom te pakken. Dit kan natuurlijk anders.

Gebruik je favoriete espresso en maak zo je eigen variant thuis.

Ingrediënten, voor 2 glazen:

  • 2 kopjes warme espresso
  • 300 ml volle melk
  • 1 theelepel gemberpoeder
  • ½ theelepel gemalen kaneel
  • Mespunt kardemom
  • Eventueel slagroom en strooisel

Bereidingswijze:

Doe de melk in een steelpan en doe hier de specerijen bij. Verwarm de melk al roerend met een garde totdat deze tot het kookpunt komt.

Schenk de espresso in een lang koffieglas en schenk hier de warme melk bij.

Spuit hier eventueel slagroom op en versier met wat strooisel.

Geniet!

Melomakarona

Vroeger toen ik een jaar of 7, 8 was stuurde mijn opa rond Kerst altijd een grote doos op. In deze doos zaten niet alleen cadeautjes, maar ook altijd 3 dozen van een banketbakkerij. In de ene doos zat loukoumi (ook wel bekend als Turks fruit) en in de andere twee zaten de bekende kerstkoekjes, kourabiedes en melomakarona. De kourabiedes waren altijd mijn favoriet en stiekem zijn ze dat nog steeds.

De melomakarona ben ik in de loop de jaren meer en meer gaan waarderen. Deze koekjes zijn erg kruidig en zoals jullie misschien wel weten ben ik dol op kaneel en kruidnagel. Dit zijn dan ook de specerijen die in deze koekjes zitten.

De melomakarona worden zodra ze gebakken en afgekoeld zijn, ondergedompeld in een siroop en dat maakt deze koekjes zoet.

Tijdens de Kerstperiode zie je de typische Kerstkoekjes mooi geëtaleerd in de banketbakkerij. De koekjes worden in grote hoeveelheden gebakken en veel recepten gaan ook uit van veel koekjes. Dit recept is voor een kleinere hoeveelheid en daardoor ook leuk te bakken als je slechts met een klein gezelschap bent. Het recept is overigens eenvoudig te verdubbelen. Een mooie bijkomstigheid is dat deze koekjes zelf ook erg makkelijk te maken zijn, zonder keukenmachine en je er niet veel bakervaring voor nodig hebt.

Ingrediënten voor de koekjes: ongeveer 25 stuks

  • 120 ml zonnebloemolie
  • 120 ml extra vierge olijfolie
  • 25 ml cognac of brandy
  • 80 ml verse sinaasappelsap plus de rasp van 1 sinaasappel
  • 80 gram kristalsuiker
  • ½ theelepel baksoda
  • ½ theelepel gemalen kruidnagel
  • 1 theelepel gemalen kaneel
  • 450 gram bloem
  • 1 theelepel bakpoeder
  • Verkruimeld walnoten voor de garnering

Ingrediënten voor de siroop:

  • 180 ml water
  • 180 ml kristalsuiker
  • 180 ml suiker
  • Sap van een halve sinaasappel
  • Enkele reepjes schil van de sinaasappel
  • Klein kaneelstokje

Bereidingswijze:

Verwarm de oven voor op 160°C.

In een ruime kom meng je de 2 oliën, de cognac, de sap, de rasp en soda goed door elkaar. Vervolgens roer je hier de suiker met een garde doorheen en blijf je roeren totdat de suiker opgelost lijkt te zijn. Dit duurt een paar minuten.

Meng de bakpoeder met de bloem en voeg de helft van de bloem aan de kom met suiker en vloeistof toe. Meng voorzichtig door met de hand en gebruik hier dus geen garde meer. Zodra de bloem is opgenomen door de vloeistof, voeg je de rest van de bloem toe. Meng nogmaals alles met de hand door totdat alles goed gemengd is. De substantie wordt nu plakkerig en zacht. Laat het deeg nu ongeveer een kwartiertje rusten.

Bekleed een bakplaat met bakpapier. Vorm van het deeg ovaalvormige koekjes en prik de koekjes in met een vork. Gebruik je duim als lengte voor de koekjes.

Bak de koekjes in ongeveer 20 tot 25 minuten gaar. Laat deze vervolgens volledig afkoelen op een rooster.

Zodra de koekjes afgekoeld zijn, maak je de siroop. Dit doe je door alle ingrediënten voor de siroop in een pannetje te doen en aan te kook te brengen. Roer alle ingrediënten goed door en laat ongeveer 5 minuten doorkoken. Haal vervolgens de sinaasappelschilletjes en het kaneelstokje er uit. Dompel de koekjes zo’n 30 seconden onder in de siroop en bestrooi met de verkruimelde walnootjes.

Eet smakelijk!