Appeltaart wafels

Waar ik dacht dat de vorige editie van ‘Swiepswoepswap’ de allerlaatste was, is het avontuur toch voortgezet. Lisanne van BakkenMetLisanne  besloot het stokje van Mandy over te nemen. Hierdoor werd Mandy zelf voor het eerst deelnemer van haar eigen concept. Vergeet ook vooral niet op haar website te kijken, Mandyandmore.

Lisanne koppelde mij aan Mieke van ‘Smiekkookt’. Als ik haar pagina op Instagram in één woord zou moeten omschrijven zou dat ‘gezellig’ zijn. De foto’s zijn erg kleurrijk met veel aansprekende recepten. Ik koos ervoor haar “appeltaart wafels” recept aan te passen naar deels ingrediënten die ik in huis had en naar de hoeveelheden zodat er genoeg wafels waren voor mijn grote gezin. Voor dit laatste keek ik naar mijn eigen wafelrecept, bijvoorbeeld die Wafels op basis van kokosmelk

Mieke gebruikt in het originele recept rozijnen. Die heb ik zelden in huis en daarom besloot ik voor gedroogde cranberries te gaan. Waar zij de appel in stukjes snijdt, besloot ik deze te raspen. Tot slot, heb ik de vanillesuiker vervangen voor een theelepel vanille essence.

Ingrediënten, voor 10 wafels

  • 400 ml melk
  • 2 eieren
  • 300 gram bloem
  • 2 theelepels bakpoeder
  • 1,5 theelepel gemalen kaneel
  • 1 kleine appel, geraspt
  • 3 eetlepels suiker
  • 1 theelepel vanille extract
  • 80 gram gesmolten roomboter
  • 25 gram gedroogde cranberries
  • Extra nodig: een wafelijzer en wat boter of bakspray om de ijzers in te vetten

Bereidingswijze:

Doe de bloem, de bakpoeder, het zout, de kaneelpoeder en de suiker in een grote beslagkom. Meng door elkaar en voeg al roerend de melk, de eieren, het vanille extract en gesmolten boter toe. Voeg tot slot de geraspte appel en cranberries toe. Alles goed door elkaar mengen en het beslag is klaar voor gebruik.

Verwarm het wafelijzer en vet deze licht in met wat boter of met bakspray.

Schep twee eetlepels beslag op iedere helft van het wafelijzer en help indien nodig het beslag zich te verdelen over beiden ijzers.

De wafels zijn klaar zodra het beslag is gestold en de wafels iets bruin van kleur zijn geworden.

Herhaal dit tot het beslag op het.

Eet smakelijk!

Tip: Voor dit recept kun je gerust een verrimpelde appel gebruiken.

Rijstepap op basis van kokos-rijstdrink

Rijstepap behoort tot één van mijn favoriete toetjes. De rizogalo – rijstepap in het Grieks – brengt mij altijd terug naar mooie herinneringen aan mijn peetmoeder. Alhoewel de klassieke versie met koemelk en kaneel mijn favoriet is, vind ik het erg leuk om varianten hierop te maken.

Deze variant met kokos-rijstdrink en geroosterde kokosrasp is heerlijk.

Ingrediënten, voor 5 tot 6 schaaltjes:

  • 100 gram dessertrijst
  • 250 ml water
  • Snufje zout
  • 1 liter kokos-rijstdrink
  • 100 gram suiker
  • 1 vanillepeul of 2 theelepels vanille extract, zie tip
  • 2 theelepels maïzena
  • Eventueel 25 gram kokosrasp voor het bestrooien van de pap

Bereidingswijze:

Doe de rijst in de pan, zie de tip onderaan het recept, en voeg hieraan het water en het snufje zout toe. Kook de rijst op middelhoog vuur totdat al het water is opgenomen.

Verwarm ondertussen, in een andere pan, 900 ml kokos-rijstdrink en los hierin de suiker op.

Zodra al het water uit de pan met rijst is opgenomen, voeg je voorzichtig de amandeldrink toe. Zet het vuur laag en blijf regelmatig, voor ongeveer 15 minuten, de rijst doorroeren.

Doe de maïzena in een kommetje en voeg hieraan de overgebleven 100 ml kokos-rijstdrink toe. Roer dit goed door, zodat er een glad mengsel ontstaat. Voeg dit mengsel samen met de vanille toe aan de pan met rijst en roer alles nog 5 tot 10 minuten door. Zodra de pap begint te binden, zie tip, zet je het vuur uit. Vul de schaaltjes met pap en zet deze in de koelkast om goed af te koelen.

Indien gewenst, rooster je de kokosrasp in een koekenpan en bestrooi je deze over de afgekoelde rijstepap.

Eet smakelijk!

Tips: Kook de rijst in een pan met dikke bodem en groot genoeg om hier later de melk aan toe te voegen.

Indien je besluit een vanillepeul te gebruiken, snijdt je de peul over de lengte doormidden. Schraap het merg eruit en voeg dit toe aan de pan met de kokos-rijstdrink en de suiker. De overgebleven peul doe je ook in deze pan. Alvorens je het maïzena mengsel aan de rijst toevoegt, haal je de peul er uit.

Het maïzena mengsel zorgt ervoor dat de rijst zal binden. Verwacht echter geen stijf mengsel. De pap wordt pas stijf/ stevig zodra deze volledig is afgekoeld.

Ovenschotel met röstirondjes, sperziebonen en paprika

Dit is hem dan, de allerlaatste “Swiepswoepswap”. Mandy van Mandyandmore heeft dit fantatische recepten-ruil-concept nu 15 keer georganiseerd. Voor mij is het de zevende, en dus laatste keer, dat ik hier aan meedoe. Dit concept heeft mij keer op keer uitgedaagd creatief om te gaan met een recept van een mede foodie. Dit keer werd ik gekoppeld aan Darja van Mooi Koken.                                                                                

Allereerst wil ik zeggen dat de website van Darja mij een mooie indruk geeft. De startpagina komt op mij rustig en duidelijk over en daardoor kijk ik graag rond op haar site.

Voor de Swiepswoepswap koos ik haar “Ovenschotel rösti met sperziebonen en paprika uit’. Het originele recept vind je hier .

Het recept heb ik qua hoeveelheden aangepast zodat deze voor 6 personen is, de rösti heb ik vervangen door röstirondjes, de spekjes door kastanjechampignons, en naast geraspte kaas heb ik ook mozzarella toegevoegd.

Mijn versie van het recept bewijst nog maar eens dat het leuk is om nieuwe recepten en ideeën te proberen. Het verwerken van rösti – laat staan röstirondjes- in een ovenschotel zou niet bij mijzelf opgekomen zijn. Heel het gezin heeft er van gesmuld en hopelijk zul jij dat ook doen.

Ingrediënten, voor 6 personen:

  • Olijfolie voor het invetten van de ovenschaal en 4 eetlepels voor in de pan
  • 1 kilo röstirondjes
  • 500 gram sperziebonen, schoongemaakt
  • 1 rode ui, gesnipperd
  • 2 teentjes knoflook, fijngesnipperd
  • 250 gram kastanjechampignons, in plakjes
  • 2 paprika’s (bijvoorbeeld rood en oranje), in reepjes
  • 200 gram crème fraîche
  • 100 gram geraspte kaas
  • 1 bolletje mozzarella
  • Zout en peper

Bereidingswijze:

Verwarm de oven voor op 200°C

Kook de sperziebonen in gezouten water tot de gewenste gaarheid. Giet vervolgens af.

In een ruime (hapjes)pan verwarm je de olijfolie op middelhoog vuur en fruit hierin de ui en de knoflook voor 5 minuten aan. Voeg hier vervolgens de champignons en de paprika’s aan toe en bak 5 tot 10 minuten mee.

Neem de pan van het vuur en voeg nu de sperziebonen, de crème fraîche en naar smaak zout en peper toe en meng door elkaar.

Vet een ruime ovenschaal in met olijfolie en verdeel hier de helft van de röstirondjes over. Er mag ruimte zitten tussen de rondjes, zie foto.

Verdeel het mengsel met de sperziebonen hierover heen en verdeel de overige helft van de röstirondjes erover. Bestrooi met de geraspte kaas en verdeel ook de mozzarella hierover.

Doe de ovenschaal in de oven en bak de schotel in 25 minuten gaar.

Serveer er bijvoorbeeld een lekkere salade bij.

Eet smakelijk!

Tuna Melt

Afgelopen week besloot ik sinds hele lange tijd – misschien wel 16 jaar – een broodje tuna melt te bestellen. De tuna melt doet mij erg aan mijn studententijd denken toen ik geregeld met mijn vriendin Emili bij Bagels & Beans in Leiden ging lunchen. Wat een fijne middagen waren dat en misschien is het wel om deze reden dat ik nooit meer zo’n broodje bestelde. Emili woont inmiddels in Israel en wellicht wilde ik deze herinneringen koesteren.

Tot vorige week! Via mijn werk eet ik regelmatig bij Loos. Zo ook vorige week toen ik onverwachts met twee oud-collega’s ging lunchen. We bestelden alle drie de tuna melt. Heerlijk! Ik bestelde een speltbroodje en deze werd zeer rijkelijk belegd met heerlijke tonijn en lekker kaas. Het broodje werd geserveerd met wat sla, waaronder wat witlof en meiknol als ik het mij goed kan herinneren.

Dit weekend besloot ik het receptje op mijn manier na te maken. aangezien ik een groot gezin heb, is dit recept dan ook voor 5 personen.

Voor deze broodjes gebruik ik cheddar kaas die ik kocht bij de kaasboer. Ik geef de voorkeur aan de kaas zelf te raspen. Je kunt natuurlijk ook andere soorten kaas gebruiken.

Ingrediënten, voor 5 broodjes:

  • 5 harde (verse/ voorgebakken) broodjes, bijvoorbeeld spelt of Italiaanse bollen
  • 4 blikken tonijn op water, uitgelekt
  • 1 rode ui, fijn gesnipperd
  • 1 eetlepel olijfolie extra vierge
  • 3 eetlepels mayonaise
  • 3 eetlepels citroensap
  • Zout en peper
  • 10 plakjes tomaat
  • 250 gram cheddar, geraspt
  • Eventueel wat sla

Bereidingswijze:

Verwarm de oven voor op 200°

Indien je afbakbroodjes gebruikt, kun je deze al direct afbakken volgens de gebruiksaanwijzing op de verpakking. Haal deze vervolgens uit de oven en laat iets afkoelen.

In een ruime schaal meng je de tonijn, de ui, de olijfolie, de mayonaise en het citroensap goed door elkaar. Breng op smaak met zout en peper.

Snijdt de bollen open. Laat de bollen nog wel aan elkaar zitten. Verdeel de tonijn over alle helften. Leg vervolgens op iedere helft een plak tomaat en verdeel tot slot de kaas over de helften.

Bak de broodjes 5 minuten in de oven totdat de kaas gesmolten is.

Eet smakelijk!

Zuurkoolquiche

Ook nu – en dit is al de zesde keer dat ik meedoe aan ‘Swiepswoepswap’ van Mandyandmore – ben ik weer erg blij met het geswiepswoepswapte recept.

Dit keer werd ik gekoppeld aan Kookjijook en jemig wat een website! Zo veel recepten! Ik heb er echt even over gedaan om een recept uit te kiezen welke ik naar mijn smaak zou willen aanpassen. Uiteindelijk koos ik de zuurkoolquiche. Het originele recept vind je hier. Dit recept is al in 2012 gepost. Nu tien jaar later ben ik blij mijn versie te mogen presenteren.

Mijn bonusdochters zijn vegetarisch en zo besloot ik de spekjes en de rookworst uit het originele recept te vervangen door de plantaardige spekjes van Vivera. Ook gebruikte ik een sjalotje, champignons en kerriepoeder.

Een quiche is erg fijn omdat het nagenoeg niet mis kan gaan en je er van alles in kunt doen. Een quiche is ook perfect om de restjes uit de (koel)kast op te maken.

Hoeveel deeg je nodig hebt, is afhankelijk van de grootte van de vorm en hoe je de plakjes in de vorm doet. Ik had er vijf nodig. Mijn vorm heeft een diameter van 27 cm. Het originele recept noemt er 8. Pin je hier dus aub niet aan vast.

Ingrediënten:

  • 3 plus 1 eetlepels olijfolie
  • 2 eetlepels paneermeel
  • 5 tot 8 plakjes bladerdeeg, ontdooid
  • 2 theelepels mosterd
  • 1 sjalot, fijn gesnipperd
  • 1 eetlepel kerriepoeder
  • 250 gram champignons, in plakjes gesneden
  • +/- 175 gram plantaardige/ vegetarische spekjes
  • 500 gram zuurkool, goed uitgelekt
  • 3 eieren
  • 125 ml slagroom
  • 150 gram geraspte kaas
  • Zout, peper

Bereidingswijze:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Verhit op middelhoog vuur de drie eetlepels olijfolie in een (hapjes)pan en fruit hierin het sjalotje met de kerriepoeder aan. Na vijf minuten voeg je de champignons toe en bak je deze vijf minuten mee. Na nog eens vijf minuten voeg je de spekjes toe en bak je kort mee. Voeg naar smaak zout en peper toe.

Vet een quichevorm vorm in met de overgebleven eetlepel olijfolie en strooi hier de paneermeel overheen. Leg de plakjes bladerdeeg in de vorm op zo een manier dat de hele bodem en de randen goed bedekt zijn. Zorg dat de plakjes goed aansluiten en leg deze niet teveel over elkaar heen.

Bestrijk de bodem en de randen met een dunne laag mosterd.

In een ruime kom meng je de zuurkool met het champignon mengsel en verdeel dit over het deeg in de quichevorm. In een andere kom klop je het ei en de room goed door. Voeg hieraan de kaas en zout en peper toe. Verdeel dit mengsel over de zuurkool.

Bak de quiche in 30 minuten gaar.

Serveer de quiche in punten met een heerlijke frisse salade.

Eet smakelijk!  

Lasagne melanzane alla parmigianna

Vanuit mijn werk heb ik het geluk dat ik regelmatig in restaurants in zowel het binnen- als buitenland kom. Alhoewel Antwerpen vanuit Rotterdam in minder dan 50 minuten aan te rijden is, voelt het voor mij daadwerkelijk als het buitenland. In België is er een mooi eetcultuur en vooral de manier waarop men luncht spreekt mij enorm aan.

Tijdens een zakelijk etentje zal ik gerechten niet fotograferen. Ik probeer wel zo goed als mogelijk de gerechten te onthouden die ik heb gegeten. Dat geldt voor zowel het uiterlijk als voor de smaak.

“Aan het strand van Oostende” in Antwerpen had ik erg veel moeite een keuze te maken uit de uitgebreide kaart. Om de tafelgasten niet op te houden, koos ik snel (en veilig) voor de “Parmigiani van de chef”. Hier was ik maar wat blij mee! De lasagne werd geserveerd met rucola en tomaat.

Thuis aangekomen schreef ik meteen mijn herinneringen op en zo is mijn versie van dit recept geboren.

De lasagnevellen die ik voor dit recept gebruikte, waren half volkoren. Dit hoeft natuurlijk niet. De ‘normale’ vellen zijn natuurlijk ook prima.

Ik hoop dat jij ook enthousiast zult worden en onderaan het recept staan enkele tips.

Ingrediënten, voor 4 personen:

  • 4 eetlepels olijfolie
  • 1 ui, zeer fijn gesneden
  • 1 knoflookteen, zeer fijn gesneden
  • 700 gram passata
  • Ongeveer 10 basilicum blaadjes, fijn gescheurd
  • 1 theelepel gedroogde oregano
  • Zout en versgemalen peper
  • Eventueel ½ theelepel honing
  • Ongeveer 15 harde lasagnevellen
  • 2 aubergines, in plakken van ½ cm gesneden
  • 150 gram geraspte Parmezaanse kaas, plus eventueel extra
  • Extra nodig; bakplaat met bakpapier, ovenschaal (ongeveer 18 x 30 cm), aluminiumfolie

Bereidingswijze:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Verhit, op een laag vuur, de olijfolie in een koekenpan. Fruit hierin de ui en de knoflook voor ongeveer 5 minuten aan. Voeg vervolgens de passata, de basilicum, de oregano, het zout en peper toe. Meng door elkaar en laat de saus ongeveer 10 minuten, nog steeds op laag vuur, pruttelen. Proef de saus en als deze te zuur is, kun je de honing toevoegen. Zet het vuur uit.

Leg de plakjes aubergine op een bakplaat en bak deze 15 minuten. Herhaal dit totdat alle aubergine plakjes gebakken zijn.

Voor de opbouw van de lasagne smeer je ¼ van de saus uit op de bodem van de ovenschaal. Leg hier een laag aubergines boven op. Verdeel hier ¼ van de kaas over. Maak nu een laag van de lasagnevellen. Verdeel hier nog eens ¼ van de saus over gevolgd door een laag met aubergines en ¼ van de kaas. Maak een laag van de lasagnebladen en verdeel nog eens ¼ van de saus gevolgd door de aubergines. Strooi hier ¼ van de kaas over en bedek met een laag lasagnevellen. Verdeel het laatste ¼ deel van de saus en de overgebleven kaas hierover.

Bedek de schaal met aluminium folie en bak de lasagne in 35 minuten gaar.

Haal de schaal uit de oven en laat de lasagne zo’n 10 minuten rusten en iets afkoelen. Zo kun je beter stukken snijden en opscheppen.

Strooi eventueel nog wat extra kaas op de lasagne en geniet.

Eet smakelijk!

Tip:

Om er zeker van te zijn dat de lasagnevellen gaar zullen zijn, leg je de vellen –  terwijl je de lasagne opbouwt – één minuut in een schaal met kokend water. Zo garen de vellen voor. Bovendien kun je deze dan makkelijk bijsnijden om zo een mooie pasta laag te creëren in de ovenschaal.  

Het maakt voor de opbouw van de lasagne niet uit in welke vorm je de aubergine snijdt. Als deze maar niet te dik zijn.